Meestal wil je verschillende configuraties gebruiken voor je Runtime en je Development environment. In Runtime wil je bijvoorbeeld SCREEN=OFF en RESOURCE=OFF en zijn paden naar prg’s en forms niet relevant terwijl in je Development environment je wel graag RESOURCE=ON hebt staan en wel een uitgebreid pad wilt hebben en misschien wel een andere window titel: TITLE=MyApp Development Environment.
Als je aan meerdere VFP projecten werkt, kun je voor elk project een aparte snelkoppeling aanmaken en daarmee ook per project een andere config file laten gebruiken voor de Development environment.
Voorbeeld:
- VFP 9 staat geïnstalleerd in C:\Program Files\Microsoft Visual FoxPro 9.
- Stel je hebt een VFP project “MyApp” in C:\development\MyApp staan.
- In diezelfde directory heb je een aparte config file staan voor je Development environment configuratie: “config-ide.fpw”.
- Met de opstart parameter –c kun je een expliciete config file aangeven die de VFP instantie gaat gebruiken.
- In de snelkoppeling ga je dan als volgt te werk:
- Maak een snelkoppeling aan
- Vul bij “Target” (Ned. versie: “Doel”) in: "C:\Program Files\Microsoft Visual FoxPro 9\vfp9.exe" -cconfig-ide.fpw
(Let op dat er geen spatie staat tussen –c en de config file)
- Vul bij “Start in” (Ned. versie: “Beginnen in”) in: C:\development\MyApp

Wanneer je deze snelkoppeling gebruikt, zal meteen de SET DEFAULT goed staan voor het MyApp project en is ook de custom configuratie file gebruikt.
Het staat je vrij om naast de “config-ide.fpw” de standaard config.fpw file te plaatsen.